WHFRP

Forumpje voor de campagne van Frank
 
HomeHome  PortalPortal  FAQFAQ  SearchSearch  RegisterRegister  MemberlistMemberlist  UsergroupsUsergroups  Log in  

Share | 
 

 Ruben Dekmar aan het woord

View previous topic View next topic Go down 
AuthorMessage
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Ruben Dekmar aan het woord   Wed Jan 17, 2007 6:00 pm

Het leven van een handelaar.

Hoofdstuk IV: The enemy from within…
Echte ratten, valse ratten en het monster.

Na me een beetje vertrouwd te hebben gemaakt met de Eastern League Guild, kreeg ik mijn eerste opdracht van mijn mentor meester Ernst Beyer. Wat volgt is een deel van de brief die ik kreeg en waar de opdracht verwoord staat:
“Qua opdracht denk ik concreet aan het volgende: Over drie weken beginnen ze in Eisenthal aan de oogst van de beroemde winterdruiven. Beroemd inderdaad, omdat ze verwerkt worden in de wereldvermaarde Eisenthaler IJswijn, een unicum in ons geliefde Empire. De handel in die wijn was één van de meest lucratieve activiteiten van wijlen Meester Manholt. Voor de verdere groei van de Eastern League is het van cruciaal belang dat we ook dit jaar weer grote hoeveelheden van deze wijn kunnen verkopen. Een monopoly zou natuurlijk prachtig zijn, maar dat is wellicht een beetje te hoog gegrepen.

Beste vrienden, ik zou deze erg belangrijke taak graag aan jullie toevertrouwen. Met jullie onderhandelingsvermogen en doorzicht zou het geen enkel probleem mogen zijn om een voor ons Gilde voordelig contract binnen te halen. En ook de beveiliging van het konvooi zou een kolfje naar jullie hand moeten zijn. Op langere termijn denk ik zelfs om op jullie een beroep te doen voor de oprichting van een bijhuis in Marienburg, maar ik wil graag eerst zien of jullie dit genre opdracht tot een goed einde kunnen voeren. Ik heb er het volste vertrouwen in!

Ik bied jullie 10 goudstukken per persoon indien jullie een voordelig contract binnenhalen, en een deelname in de winst achteraf. Ik hoop van ganser harte dat jullie deze opdracht aannemen, en kijk al uit naar jullie antwoord. Indien gewenst kunnen we het voorstel vanavond tijdens een uitgebreid diner verder bespreken.”

Concreet werd er tijdens het avondmaal onze weg en dergelijke besproken. We zouden vanuit Delberz, eerst naar Theresienstadt trekken. Daar moesten we een brief aan de herbergier en wijnhandelaar Gregor Barthelm overhandigen.

Theresienstadt is een middelgrote stad en heeft een ommuring. Van op afstand ziet het er een bedrijvig stadje uit, maar de poorten zijn goed bewaakt, wat heel wat files tot gevolg heeft. Het toegangsgeld tot het stadje bedroeg 1 zilver per hoofd en 5 zilver per kar. Bijna was het me gelukt om voor 4 zilver binnen te geraken, maar een of andere Venera-gewijde, ik noem haar naam niet, uit ons gezelschap moest terug roet in het eten gooien. Hoe word ik verondersteld mijn kost te verdienen als zij met haar “eerlijkheid” in de buurt is?

Herberg Runefang werd al snel gevonden. Het bleek te bestaan uit een magazijn/winkel en een herberg tezamen. De inrichting van de herberg was merkwaardig genoeg bijna identiek aan die in Delberz (misschien heeft de Gilde hier iets mee te maken ). Achter de toog stond Gregor Barthelm.

Verder zat er aan de toog nog een jonge knaap die Natan bleek te noemen. Hij maakte deel uit de Sewerjacks. Dit is een aparte sectie van de stadswacht, die vooral patrouilles doet in de riolen van een stad. De Sewerjacks in Theresienstadt bestaan uit twee patrouilles van 5 man. De eerste patrouille, waar Natan deel van uitmaakt, staat onder de leiding van sergeant Becker. De tweede patrouille staat onder leiding van sergeant Piefke. Zijn lief was ook aanwezig in de herberg, haar naam was Hilde en was de serveerster van dienst. Gelukkig zat Natan niet in een of ander mysterieus boek te lezen…

In een hoek zat een dronkaard. Skallagrim ging er mee gaan babbelen en kreeg zijn naam, Edgar, te pakken. Het bleek dat Edgar vroeger ook nog tot de Sewerjacks had behoord. Maar 20 jaar geleden had hij een grote rat, ongeveer ter grootte van een normale mens, gezien, die een mantel droeg. Uit vrees was Edgar gevlucht en had hij versterking meegebracht. Ze vonden een spoor en even verder kwamen ze twee zo’n grote ratten tegen. De overmacht was terug teniet gedaan, dus de enige normale reactie was terug: vluchten. Als er twee zo’n grote ratten daar ronddolen, dan kunnen er evengoed nog veel meer zitten, dus Edgar is later niet meer in de riolen te zien geweest. Dit betekende dan ook het einde van zijn carrière bij de Sewerjacks.

In het midden van de herberg, zaten een drietal vreemd uitgedoste individuen. Rachna ging met hen kennis gaan maken. Het bleken ratcatchers te zijn. Hun namen waren Till, Christoph en Olli. Zij zaten hier in de herberg omdat ze liever de riolen niet meer ingingen. De laatste vijf à zes weken hadden regelmatig lichten en geluiden in de riolen opgemerkt en de ratten waren ongewoon agressief. Bovendien was nog niet zo lang geleden, de dwergensmid Thorgrim, gekidnapt. Enkele ooggetuigen hadden kleine gestaltes uit de smidse zien wegvluchten en sommigen beweerden zelfs dat die gestaltes staarten hadden. Laatste tijd gebeurden er ook veel inbraken. Dus momenteel is het veiliger in de herberg te zitten dan ergens anders… Wat betreft de riolen: het is een echt netwerk en doolhof. De beste riolen stammen nog uit de tijd van de dwergen, want Theresienstadt is gebouwd op de grondvesten van een oude dwergenstad. Ondertussen zijn er wel al heel wat werken gebeurd en is het riolennetwerk aardig uitgebreid, maar deze riolen zijn wel iets, niet veel, minder betrouwbaar qua stevigheid en toegankelijkheid.
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Ruben Dekmar aan het woord   Thu Jan 18, 2007 3:32 am

Al deze informatie was eigenlijk niet wat ik wenste, ik kreeg een ongemakkelijk gevoel bij al deze geruchten. Dit is niks voor een eenvoudige handelaar…

Maar de echte miserie begon toen Karla, de vrouw van Gregor, met de soep binnenkwam in de gelagzaal. Ik heb het hier niet over Karla of over de soep. Maar op hetzelfde moment als dat zij binnenkwam, kwamen ook twee grote bonken de gelagzaal binnen. Karla verdween zo snel als mogelijk terug in de keuken. Gregor werd eerst stil en bleek en erna werd hij kwaad. Na vlug wat inlichtingen ingewonnen te hebben, wisten we hoe de vork in de steel zat. De gebroeders Reiner en Rudolf Krebs, enkele “handelaars” van in de stad, probeerden door middel van het inzetten van enkele ongure types, de andere handelaren af te persen. Iedereen moet 10% van hun afzet afgeven of hun veiligheid zal niet gegarandeerd zijn. De stadswacht is er tegen machteloos omdat het moeilijk te bewijzen valt en als er eens bewijzen zijn, dan verdwijnen die plotseling. (Een deel van de wacht kan toch niet al te koosjer zijn.) Onlangs is er een handelszaak afgebrand. Iedereen weet dat de gebroers er achter zaten omdat de eigenaar niet wou betalen, maar niemand die de link kan bewijzen.

We waren er al vlug uit dat er zich een opportuniteit voordeed. Indien we deze praktijken konden stoppen dan zou dit de toegang tot de stad voor ons kunnen wezen. Met Skalagrim voorop maakte ons groepje een front tegenover de twee vechtersbazen. (Ikzelf stond naast Gregor zodat ik alles aandachtig kon waarnemen en later verslag er over doen. ) De twee vechtersbazen hadden al snel door dat ze zich in een nadelige positie bevonden en dropen af, maar net toen we (je weet wel wie allemaal…) de achtervolging wilden inzetten, klonk er een angstkreet en het breken van glas uit de keuken…

Gregor en mezelf stormden naar deur (allé, ik stormde toch ergens heen, wel niet meer zeker waarheen…), maar deze bleek op slot van de andere kant. Gregor kreeg plaats en beukte met zijn schouder tegen de deur. De deur gaf een beetje mee, maar niet genoeg om onmiddellijk de toegang te verschaffen. Nuviel, Inglor en Skalagrim stormden naar buiten om langs de andere kant van het gebouw de keuken binnen te gaan. Met de hulp van Rachna, slaagde Gregor er in de deur te forceren en vlogen ze naar binnen.

Er kwam geen extra gestommel uit de keuken, dus om de veiligheid van mijn kompanen te garanderen ging ik voorzichtig, met mijn pistool in de hand (en geladen), de keuken binnen. De keuken lag werkelijk overhoop. Eén van de ramen was gebroken en in een hoek zat Karla in elkaar gezakt te snikken.

Grote ratten met mantels waren door het raam hadden het raam ingeslagen en Imke, de dochter van Gregor, ontvoerd. Nuviel, Inglor en even (lees: een hele poos) later Skalagrim kwamen langs de achterdeur binnen. In de verte hadden ze wegvluchtende gedaanten gezien met mantels en staarten. Ene van hen droeg een bundel over zijn schouder. Maar onze helden waren het spoor bijster geraakt.

Iets dat ons nu opviel was dat het enorm stonk in de keuken. We hadden een vermoeden, maar we waren niet zeker, dus vroegen we een tweede opinie van een van de ratcatchers. Inderdaad, rattepis en rioolstank. Rachna merkte ook op dat aan de scherven van het venster bloed hing. Skalagrim vond aan de buitenkant een touw.
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Ruben Dekmar aan het woord   Thu Jan 18, 2007 3:33 am

Omdat elke seconde kostbaar was, staken we een fakkel en een lantaarn aan en spoedden we ons naar waar de elfen het spoor bijster waren geworden. We kwamen in een donkere steeg en dankzij het licht zagen we dat een rooster was opengebroken dat toegang gaf tot de riolen. Nuviel vond een bloedspoor dat eenmaal je het hebt opgemerkt tamelijk gemakkelijk te volgen is. Zo vlug als onze eigen veiligheid het toelaat dalen we de ladder in de riolen af. We hadden geluk, dank zij hun last waren de misdadigers nog niet ver genaderd. Al spoedig hadden we ze ingehaald. De gedrongen figuren houden pauze en de gedaante die een last over zijn schouder draagt, neemt gebruik van de pauze om zijn last van schouder te verwisselen. Ook merken we op dat hij mankt en dat hij zijn staart kwijt is. Waarschijnlijk is het bloed van hem afkomstig. Maar dat is wel raar gezien de meeste monsters toch geen rood bloed hebben en ons spoor uit rood bloed bestaat. Misschien is de last ook gewond…

Nuviel en Inglor besluiten om muisstil de daders te naderen en ze dan proberen te overvallen en overmeesteren. Maar ik weet niet of ik nu hun bedoelingen verkeerd ingeschat heb of dat ze niet al te bijster weten wat sluipen is, want beiden zouden door een snurkende reus zelfs zijn opgemerkt. Het resultaat liet niet lang op zich wachten. Twee van de gedaanten met staart draaien zich om, ze hebben kruisbogen in hun handen…

Nu heb ik goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is, mijn elfenkompanen zijn verrassen en verbazingwekkend snel. Nog voordat de twee vijanden de trekker van hun kruisbogen hebben kunnen overhalen, hadden de twee elfen een pijl getrokken en afgevuurd. Het slechte nieuws is, waarschijnlijk zijn de elfen bijziend, want de pijlen hadden de eerder vernoemde snurkende reus nog niet kunnen raken. De twee kruisboogschutters waren wat trager, maar tot Inglor’s spijt bleken ze toch heel wat beter te kunnen mikken. Gewond moest Inglor toch een stap achteruit zetten.

In die luttele seconden had de dwerg genoeg gezien, elfen zijn prutsers, als je iets wil doen, dan moet een dwerg het doen… Met een strijdkreet sprong hij vooruit, stormde voorbij de elfen en had bijna de helft van de afstand tot de tegenstanders afgelegd toen…

De enige vijand die nog niks tot nu toe deed, een bol uit zijn mantel haalde en die naar Skalagrim smeet. De bol brak en er kwam een dikke rook uit. Skalagrim waarschuwde ons achteruit te gaan want waarschijnlijk was de rook dodelijk. Maar hijzelf nam zijn raad niet ter harte. Nog vlug diep inademend, stormde hij terug vooruit. Het zich was uitermate beperkt en hij was nog maar net verdwenen of we hoorden een plons…

Skalagrim was letterlijk in de stront terechtgekomen. Toen de rook optrok (we waren buiten het bereik van de dampen gebleven) bleken de tegenstanders verdwenen te zijn en was Skalagrim nergens te zien. Toen we iets naar voren gingen, kwam plots in het midden van de riool een grote hoop stront omhoog. Het bleek Skalagrim te zijn, hij was kopje onder gegaan en had ook wat ingeslikt.
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Ruben Dekmar aan het woord   Thu Jan 18, 2007 4:44 am

We hebben dan ook de achtervolging moeten stopzetten. Stinkend keerden we terug naar de herberg. Met spijt in ons hart melden we aan Gregor dat we er niet in geslaagd waren Imke te bevrijden, maar dat we het zeker niet hierbij zouden laten. Maar eerst moesten we een stinkerd zien kwijt te geraken. 

Na ons verfrist te hebben (om de een of andere reden kregen we steeds kotsneigingen als Skalagrim ook maar iets vertelde), maakten we onze vermoedens over aan Gregor:
Volgens ons heeft de bende van de twee gebroers hier iets mee te maken. Misschien werken de ratmensen en de maffia tezamen. Toen we dit vertelden, moest Natan plotseling weg (zijn plicht riep vertelde hij ons). Hilde ging met hem naar buiten, maar kwam even later snikkend terug binnen. Hij wou haar niet meer. Dat is toch wel raar in deze omstandigheden. Zou hij iets met de maffia te maken hebben?

In de herberg kwamen we ook te weten dat de dwergensmid ook geweigerd had de som te betalen aan de broers. Dus misschien hadden de broers ook hier de opdracht gegeven. Rachna onderzocht ook de wonde aan het gezicht van Karla. Op haar gezicht zaten drie grote lange wonden die duidelijk met iets scherps veroorzaakt waren. Edgar, die voor eens in een nuchtere staat verkeerde, bood ons zijn hulp aan. Dankbaar aanvaardden we die hulp, want misschien kon zijn kennis van de riolen ons nuttig blijken.

Om meer te weten te komen over het doen en laten van de twee gebroers, besloten de twee elfen deze nacht een verkenning te doen. Van Gregor kwamen ze het hoofdkwartier van de twee maffiabazen te weten.

Ze brachten het volgende verslag uit: Al toneel spelend, wandelden ze in de omgeving van het hoofdkwartier. (ze wilden niet vertellen wat ze precies deden, maar ooggetuigen wisten te vertellen dat ze zich op een nogal overtuigende mannier als koppel voordeden). Er bleken heel wat ongure types op wacht te staan rond het hoofdkwartier. De aanwezigheid van twee elfen trok toch wat aandacht, maar hun doen en laten voorkwam erger.

Even later kwam een koets langs en reed het hoofdkwartier binnen. Op de koets stond een grote letter K. Een Ogre deed de poorten open en dicht. Twee weelderig geklede mannen zaten in de koets.
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Ruben Dekmar aan het woord   Thu Jan 18, 2007 4:45 am

Later in de nacht, verliet een man van in de dertig via een achterdeur het hoofdkwartier. Nuviel en Inglor volgden de man tot aan de kazerne van de stadswacht. Blijkbaar kenden de wachters van de kazerne de man, want ze liepen hem zonder morren binnen en groetten hem. Even later kwam de knecht met Natan terug buiten en beiden gingen een tegengestelde richting uit. De elfen besloten Natan te volgen, maar toen ze bij de steeg kwamen waar hij was ingewandeld was de vogel al lang gaan vliegen. Er zat dan ook niets anders op dan terug naar de herberg te keren.

’s Morgens werd er in de herberg een briefje gevonden. Het briefje gaf de opdracht aan Gregor om deze avond in een bepaalde steeg een buidel met 100Gc achter te laten. Niemand mocht zich verder in de buurt ophouden.

Onze tijd was dus beperkt want zowel wij als Gregor hebben geen 100Gc. En mochten we het hebben, wie zegt dat het stopt nadat we eenmaal betaald hebben.

We hadden nog maar net de herberg verlaten of merkten wat rumour op in een naburige steeg. Vlug gingen we er naar toe. Daar aangekomen moest ik echt beginnen braken. Het was geen zicht, over gans de straat waren overblijfselen van een bedelaar te zien. Na een tijdje waren de meeste bloedspetters bedekt met de soep die ik deze morgen had gedronken. Ik was er echt misselijk van (niet van de soep, maar van de gruwel in die steeg: de Vissersstraat). De bedelaar bleek met enorme kracht uit elkaar gereten geweest te zijn en hier en daar was er aan hem geknaagd. Die details waren terug meer dan genoeg om mijn maag ondersteboven te keren. Er zat niks meer in maag, dus was het deze keer gal dat naar buiten kwam.

De andere leden van ons gezelschap merkten op dat er op 15 meter terug een open riooldeksel was. Nu moesten we een risico nemen, we hadden hulp nodig.

We begaven ons naar de kazerne van de stadswacht. Na wat aandringen kregen we de bevelhebbende officier te spreken, kapitein Ulrich Toller. Beide pelotons Sewerjacks waren helaas niet aanwezig, dus die kon hij ons niet meezenden ter ondersteuning en zijn eigen mannen waren er ook niet op gebrand om mee te gaan.

We brachten de kapitein op de hoogte en vroegen of we ook de barakken van de Sewerjacks eens mochten onderzoeken. We hadden een vermoeden, maar wilden eerst zekerheid. In de barakken vonden we een kastje dat wel heel dure spullen (zoals zeer dure parfum) bevatte. We vonden ook een briefje dat instructies voor de ontvoering bevatte. Het kastje bleek van Sergeant Becker te zijn. We brachten de kapitein op de hoogte.

Inhoud van de brief:
“In de brief (in locker van Becker) stond dat "B" het meisje goed moest behandelen. Had hij over drie dagen nog niets gehoord, moest hij haar pink afsnijden en aan Barthelm bezorgen. Nog geen reactie, dan elke dag een extra vinger en ten slotte een hoofd.”
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Ruben Dekmar aan het woord   Thu Jan 18, 2007 4:45 am

Ons enig nuttig spoor was nu waar we gisteren het spoor in de riolen hadden moeten opgeven. Ik vond het nodig om versterking van de handelaren te gaan halen, ik wou mezelf hiervoor opofferen, maar mijn gezelschap wou hiervan niet weten en tegen mijn zin moest ik hen begeleiden in de riolen.

Ook Edgar was mee. Hij herkende het deel waar we vorige keer de ratachtigen hadden gezien. Niet ver hiervandaan was hij 20 jaar geleden zijn ratnemesis tegengekomen. Omdat dit een goed spoor leek, bracht hij ons naar de plaats waar hij indertijd zijn nemesis had gezien. Daar aangekomen, wenste hij ons met knikkende knieën veel moed en verdween lijkbleek via de eerste beste ladder naar het oppervlak.

We volgden de gang verder tot we plots vanuit een riool die op de onze uitkwam een zwaar gespletter hoorden. Iets of iemand kwam met een zware tred dichterbij. Eventjes uit ons evenwicht gebracht zetten we allemaal een stap achteruit. Uit voorzorg, had ik om ons gezelschap een overlevingskans bij groot gevaar te geven, reeds de dichtstbijzijnde ladder naar het oppervlak gelokaliseerd.

Plons…plons…plons…plons…plons…

Een grote schaduw verscheen uit de ander riool. Het was een Ratogre vanuit de verhalen. Het was een enorm gedrocht. Het monster zat volledig onder het bloed. Blijkbaar had het net zijn maag gevuld, want het keek naar ons, brulde en zetten ongestoord zijn weg verder in een richting weg van ons. Dit monster had dus de bedelaar omgebracht. Maar wat raar was: in de verhalen was er altijd sprake van enkele ratachtige begeleiders die het monster als het ware een doel gaven, nu was er niemand anders aanwezig…

Uit nieuwsgierigheid (niet de mijne) volgden we het monster riool in en riool uit. Verder en verder gingen we. Tot het monster plots halt hield. Het draaide zijn kop naar een zijgang en snoof. Blijkbaar had het daar iets geroken, maar het negeerde de zijgang en zette zijn tocht verder. Een twintigtal meter verder, kwam het uit de stront en klom het een wand op en verdween in het duister.
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Ruben Dekmar aan het woord   Thu Jan 18, 2007 4:46 am

Voorzichtig gaan we naar de zijgang. Het is duister in die gang. Nog voorzichtiger sluipen we de gang in. Na enkele meters komen we een zeil tegen dat de gang als het ware afsluit. Aan de andere kant van het zeil hoor ik drie stemmen. Stemmen van mensen. Hier is iets toch niet pluis.

De elfen beslissen terug om de gang te gaan verkennen. Ze zijn nog maar net aan de andere kant van het zeil verdwenen of een beetje verder in de gang horen we een alarm afgaan. Elfen…pfff…

Omdat we nu toch ontdekt zijn, besluiten we maar allemaal verder te gaan. Aan de andere kant van het zeil merken we op dat de elfen aan het schieten zijn naar iets dat zich verder in de gebogen gang bevindt, ondertussen worden ze van hun doelwit ook onder vuur genomen. Het blijken vier mannen met kruisbogen en ene met een speer te zijn. De eerste die de dodelijke precisie van de elfen (als ze eenmaal opgewarmd geraken) voelt, is de man met de speer (dit bleek Natan te zijn). Ondertussen had de dwerg terug een vernietigende charge gedaan en had ook een tegenstander geveld. De tweede kruisboogman die de dodelijke efficiëntie van de opgewarmde elfen voelde bleek sergeant Becker te zijn. Inglor velde hem met een pijl door het linkeroog van de sergeant. De twee overgebleven corrupte Sewerjacks werden ook snel onschadelijk gemaakt. Snel zeg ik, want de tijd drong. Kort nadat we het hol waren binnengegaan, hoorden we gerucht aan het zeil. Het bleek een Skavenassassin met enkele handlangers te zijn. Op het lichaam van de sergeant vonden we een amulet met een vreemde groenachtige steen er in. Het bleek dit te zijn, waar de ratachtigen naar op zoek waren. Om een gevecht te vermijden stonden we het amulet aan de ratten af, hiervoor waren we toch niet gekomen.

Op het lichaam van de sergeant vond ik ook een bos sleutels. Twee deuren gaven uit op dit hol. Ene werd door Skalagrim ingeslagen en bleek toegang te geven tot een gang die zich even verder opsplitste, de andere werd door mezelf opengedaan door middel van de sleutels. Achter deze deur bevond zich een soort kerker. De kerker deed deels dienst als opslagplaats van de gestolen waren, maar deels ook als gevangenis. Hier vonden we de dwerg Thorgrim Thunderhammer en Imke terug. Vlug bevrijdden we deze twee lieden en brachten hen in veiligheid. Ook vonden we een stervende monnik, die een belangrijke boodschap voor Rachna bleek te hebben. Hij gaf haar een opdracht alvorens te sterven. Om zeker te spelen sloot ik de kerker terug af, het kon later nog een voordeel opleveren.
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Ruben Dekmar aan het woord   Thu Jan 18, 2007 4:46 am

Met versterking van het reeds teruggekeerde peloton Sewerjacks keerden we terug. We vonden niks speciaals in de andere gang. Rachna stond er op dat we verder zochten, want er moest nog ergens een belangrijk persoon van haar orde zich in de riolen in de buurt bevinden.

Ik werd misselijk bij de gedachte, maar de enige mogelijkheid waar de gezochte zich zou kunnen bevinden is in de buurt van de Ratogre.

De plaats waar de ratogre was verdwenen in de schaduw bleek uit twee zijgangen op een tamelijke hoogte te bevatten. De ene leidde duidelijk naar het nest van de Ratogre (de stank en skeletten maakten dit overduidelijk). De andere was misschien de oplossing.

In de andere zijgang vonden we een soort tempel (veel is me er toch niet duidelijk geworden). Er moet daar wel een gevecht tussen ratten en mensen hebben plaatsgevonden, want er lagen een heleboel lijken.

Onze laatste optie was dus het onderzoeken van het nest. Inglor bood zich aan als vrijwilliger. Voor een keer, sloop hij geruisloos in het nest en kwam op dezelfde manier terug naar buiten. Er lag duidelijk een lichaam in het nest, maar Inglor was niet te dicht genaderd om de Ratogre niet per ongeluk te wekken.

We maakten een aanvalsplan op. De brug over de grote riool was reeds door Skalagrim met olie ingesmeerd. Inglor zou met mijn pistool proberen de ratogre te doden. Mislukte dit, dan zou hij zo vlug als mogelijk naar ons rennen. Net voordat de ratogre bij ons zou zijn, zou Skalagrim de brug in brand steken. Monsters houden niet van vuur, dus hopelijk zou dit het gedrocht tegenhouden en konden wij het van op afstand met pijl en boog afmaken.

Uitvoering van het plan. Inglor vertrok muisstil in de gang naar het hol. Even later hoorden we een schot afgaan. We zagen geen Inglor, noch ratogre door de gang op ons afstormen…

Na een tijdje kwam Inglor op zijn gemak naar ons toe gewandeld. Opdracht volbracht. Inglor had door een van de ogen van de ratogre met het pistool geschoten en de schedel van de ratogre was ontploft. Het monster was verleden tijd. In het nest vonden we een lijk terug, het bleek de persoon te zijn die Rachna zocht. Zij had nu een opdracht gekregen (van de stervende en het lijk hield de bewijzen) om een corrupte orde aan het licht te brengen.

Brief die Rachna vond:
“De brief (van Anselmus) was gericht aan ene Vader Elegius in de Commanderij van Verena in Marienburg. Hij schreef dat uit zijn onderzoek naar Eisenich was gebleken dat de ergste vermoedens van Elegius waar waren, en dat hij de Knight of Purity misbruikte. Hij had bewijsmateriaal gevonden, en zou dat naar Marienburg brengen. Hij schreef dat hij vermoedde dat hij in de gaten werd gehouden, en dat hij daarom - op aanraden van Dietmar - door de riolen naar de oostelijke stadspoort zou trekken.”

Hopelijk kan ik nu verder eerst mijn opdracht van de gilde zonder verdere tegenslagen vervullen.
Back to top Go down
View user profile
Sponsored content




PostSubject: Re: Ruben Dekmar aan het woord   

Back to top Go down
 
Ruben Dekmar aan het woord
View previous topic View next topic Back to top 
Page 1 of 1
 Similar topics
-
» Techniques - Wood grain on scale models
» Ruben's Build; Bison I from Alan Models Finished 07/07/09

Permissions in this forum:You cannot reply to topics in this forum
WHFRP :: Scenario's eerste campagne :: Scenario 2-
Jump to: