WHFRP

Forumpje voor de campagne van Frank
 
HomeHome  PortalPortal  FAQFAQ  SearchSearch  RegisterRegister  MemberlistMemberlist  UsergroupsUsergroups  Log in  

Share | 
 

 Dekmar aan het woord...

View previous topic View next topic Go down 
AuthorMessage
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Dekmar aan het woord...   Wed Dec 06, 2006 8:31 pm

Het leven van een handelaar.

Hoofdstuk III: Liefde is…
De dodelijk stille elfen, de norse dwerg en wereldvreemde Verena-leerlinge.

Zoals ik reeds in het vorig hoofdstuk vermelde, mijn origineel plan om een wijnhandelsroute tussen Marienburg en Tilea uit te werken, loopt wat vertraging op en dankzij mijn avonturen was ik deze maal in de buurt van Delberz beland. Inglor had besloten me nog een tijdje te vergezellen en ik was blij dat hij in de buurt is, want de wegen kunnen dezer dagen ook niet al te veilig genoemd worden door de nasleep van de Chaos-invasie.

De avond was reeds aan het vallen toen we in een herberg op een dag rijden van Delberz halt hielden. Het was redelijk druk in de herberg en er hing een gemoedelijke sfeer. Aan de toog zat er een dwerg zijn ras eer aan het aandoen. In het midden zat een koppel aan een tafel, ze zagen er tamelijk welgesteld uit. Er zat een vrouw aan een tafel naast het vorige koppel, aan haar kledij te zien behoorde ze tot de orde van Verena. Verder zaten er nog wat lokale mensen zoals een jager en dergelijke. Later bleek dat er ook in de hoek in de schaduwen een elf zat, maar die had ik in het begin niet opgemerkt.

Na een maaltijd genuttigd te hebben, moest mijn nieuwsgierigheid bevredigd worden dus stond ik recht en wandelde naar het welgestelde koppel toe. Na een korte begroeting en wat formaliteiten uitgewisseld te hebben, raakten we in een diep gesprek. Het koppel bleek van Delberz afkomstig te zijn, na enkele maanden op reis geweest te zijn waren ze terug huiswaarts aan het keren. Het waren Ernst en Magda Bayer. Ernst was gildemeester van de gilde van wolhandelaren. Hij maakte deel uit van de Eastern League Guild. Deze welvermaarde gilde is vooral aanwezig in het noorden en oosten van het Empire. Gezien wij ook op weg waren naar Delberz stelden ze voor om tezamen te reizen wat onze gezamenlijke veiligheid aanzienlijk zou verhogen. De vrouw aan de tafel ernaast, mengde zich plots in het gesprek. Ze stelde zich voor als Rachna, een leerlinge van de orde van Verena. Ze had een deel van ons gesprek opgevangen en had graag met ons meegereisd omdat Delberz ook op haar route lag. Rachna is echter niet van de stilste sprekers en al vlug wist gans de herberg van onze reisplannen. Ook de dwerg en de elf bleken richting Delberz te reizen. De dwerg bleek een miner te zijn op zoek naar werk, hij stelde zichzelf voor als Skalagrim. De elfenvrouw noemde Nuviel. Nu, ik er aan denk, ik heb geen enkel idee wat haar motieven of haar achtergrond was. We spraken af om in een groep te reizen gezien de herbergier ons vertelde dat er de laatste tijd een roversbende actief was in de streek rond Delberz.

Die avond gebeurde er niet veel meer. De Verena-leerlinge bleek wel bijzonder opgewonden te zijn gezien ze voor het eerst zowel een dwerg als een elf zag. Dit leidde tot een hele stroom van vragen en dit tot ergernis van de dwerg die soms wel heel grove opmerkingen gaf. Dwergen blijken dus ook niet de vriendelijkste wezens te zijn.

Na een gezonde nachtrust zette de kleine karavaan, bestaande uit de koets van de Beyer’s en mijn kar, zich vroeg in de morgen in beweging richting Delberz. Inglor zat naast me op de bok, Nuviel zat achterin de kar bij mijn wijn. Skalagrim, Rachna en de Beyers zaten in de koets, terwijl Ludwig de koetsier de koets bestuurde.
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Dekmar aan het woord...   Wed Dec 06, 2006 8:31 pm

Rond de middag kwamen we plots op de zijkant van de weg (de pechstrook) een koets op zijn zij tegen. Nuviel en Inglor sprongen onmiddellijk in actie en naderden voorzichtig de koets terwijl wij eventjes halt hielden. De dwerg was blijkbaar ook de stop waar geworden, horend aan zijn geërgerde opmerkingen. Van op afstand hielden Ludwig en mezelf de twee elfen in het oog. Na een korte inspectie door de elfen kregen we het teken dat er geen gevaar was. We reden met de voertuigen dichter bij de koets. Toen we ter hoogte van de koets waren, hielden we halt en onderzochten we gezamenlijk de koets. Er bleek heel wat bloed gevloeid te hebben, maar er waren nergens geen lijken te vinden. Aan het teken dat op de koets te vinden was, bleek het om een koets van de gilde te gaan. Het was de koets van de gildemeester der graanhandelaren.

Het slechte nieuws maakt Ernst Beyer zeer ongerust en hij drong dan ook op spoed aan. We lieten de koets voor wat ze was en trokken verder. Niet ver van Delberz, hielden we terug halt. Voor ons was er rotsachtig terrein met een soort kloof waar net een kar doorheen kon. Dit is een ideale plek om een hinderlaag te leggen.

De elfen schoten terug in actie en elk langs een zijkant gingen ze de pas gaan verkennen. Inglor was als eerste terug en melde dat er inderdaad een hinderlaag lag. Nuviel en Inglor zouden de aanvallers uitschakelen terwijl wij hier bleven wachten. Duidelijk ontevreden kwam de dwerg uit de koets en nam hij zijn pikhouweel dreigend vast. Wat er precies allemaal gebeurde weet ik niet, maar plots hoorden we Inglor wel een luide schreeuw geven. Dit was het sein waarop de dwerg had zitten wachten. Zoals een kudde buffels door een bergpas dondert, op die manier ging Skalagrim ten aanval. Het was evenwel iets minder groot of kleiner in aantal, maar daarom niet minder indrukwekkend. Blijkbaar is Skalagrim op de belager van Inglor afgestormd en heeft hij met een enkele houw het hoofd van het torso van de aanvaller gescheiden. De hoofdloze aanvaller bleek de leider van het bendetje geweest te zijn en zijn niet zo zachtaardige dood brak dan ook zelfvertrouwen van de andere rabauwen. Een van de andere aanvallers werd bewusteloos geslagen door Nuviel, een derde werd zwaargewond in het been.

De twee nog levende kleine criminelen bleken nog tamelijk jong en deserteurs uit het staatsleger te zijn. Ze hadden genoeg gezien in de oorlog tegen Archaon en waren op de vlucht geslagen. Door overvallen te plegen probeerden ze te overleven. We hebben ze meegenomen naar Delberz en doordat we meer prangende problemen hadden dan op hen te letten, hebben ze hun vrijheid bekomen indien ze niet meer in de criminaliteit gingen hervallen. We hebben ze niet meer teruggezien, wat beter was voor beide partijen.

Na dit voorval trokken we verder om de laatste etappe naar Delberz af te werken. Het duisternis was reeds gevallen toen we aankwamen in Delberz. Bij mijn eerste blik op Delberz rezen mijn haren in mijn nek, er was hier iets niet pluis. De weinige bewoners die konden worden waargenomen op straat liepen over straat alsof hun leven er van af hing. En een van de eerste gebouwen dat we tegenkwamen, bleek volledig uitgebrand en vernield te zijn. Later bleek dit het gildehuis geweest te zijn. Bij dit zicht bleken de Beyers een ongelooflijke haast te hebben. We werden afgezet bij de enige herberg van Delberz, genaamd “De Griffioen” en de Beyers trokken naar hun woning om de dringende zaken die avond nog te kunnen afhandelen.

De herberg bleek minder druk te zijn dan de vorige. De waard was bezig achter de toog, er liep een zeer knappe dienster rond. In de hoek zat een jongen in een boek te lezen. Op het einde van de gelagzaal zat een man die aan zijn kledij te zien ook zeer welgesteld moet zijn. Aan de toog stond een jongeman, die waarschijnlijk een houthakker is, te praten tegen een oudere man, die wel eens zijn vader zou kunnen zijn. Als ik me goed herinner, waren er nog een tweetal lokale bewoners aanwezig, maar ze hebben geen indruk nagelaten.
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Dekmar aan het woord...   Wed Dec 06, 2006 8:32 pm

Na een kort gesprek met de waard en de dienster bleek het niet mogelijk om de sheriff of zijn vervanger te ontbieden en de twee gevangenen naar de kazerne dragen bleek ook geen oplossing. Om over deze situatie na te denken, namen we rond een tafel plaats. We zagen de houthakker afscheid nemen van zijn vader en de waard. Hij gaf nog een vliegende kus aan de dienster, maar die negeerde hem. Daarna verliet hij de herberg.

Nog geen minuut later hoorden we een schreeuw van buiten alsook gehuil en gegrom van honden of wolven. Instinctief grepen de dwerg en de elfen hun wapens en renden ze naar buiten. Ik ging aan het raam alles gaan volgen, Rachna volgde de krijgers na een tijdje naar buiten. Buiten bleek de houthakker aangevallen te worden door wolven. De wolven negeerden alle andere inwoners die ze tegenkwamen, ze waren gefocust op de houthakker. De houthakker slaagde er in om een wolf te doden, maar raakte daarbij zelf zwaargewond. Gelukkig kwam de hulp op dit moment toe. Snel en efficiënt schakelden de elfen enkele wolven uit. Hetzelfde kan evenwel niet worden verteld van de dwerg. Het bewijs is de bloedige pulp van wat ooit eens een wolf geweest was.

De houthakker werd snel naar binnen gebracht en verzorgd door Rachna. Zowel zijn vader als de waard en de dienster waren zeer getraumatiseerd door deze gebeurtenissen en konden dan ook geen coherente uitleg van de gebeurtenissen in dit stadje geven. Wolven die in een stad mensen aanvallen, dat is iets dat ik nog nooit meegemaakt had. Ik heb zelfs nog nooit een dergelijk verhaal gehoord. Het gezelschap onderzocht de wolven. Een nog vreemder feit was dat de wolven niet tot dezelfde pak behoren. Ze werken als enkelingen en ze komen ook uit verschillende streken van de wereld. Hier was geen draad aan te knopen. Dit zijn pas vreemde evenementen.

Toen de toestand van Wulf, de houthakker, gestabiliseerd was, werd overnachting voor ons en Wulf en zijn vader geregeld. Iedereen sliep ongemakkelijk en had een wapen bij de hand, maar verder gebeurde er deze nacht niks.

Moe, maar blij dat de rest van de nacht rustig verlopen was, begonnen we de volgende morgen aan ons onderzoek naar deze nare gebeurtenissen. Skalagrim, was niet van de partij, want hij was met de lijken van de wolven in de hand vroeg in de morgen vertrokken. Later bleek dat hij de huiden gaan verkopen was, maar dat de opbrengst armzalig was (1 zilver per huid).
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Dekmar aan het woord...   Wed Dec 06, 2006 8:33 pm

Rachna en mezelf vonden dat gildemeester Beyer nu wel reeds op de hoogte zal zijn van het reilen en zeilen in het stadje en hij was dus onze eerste stopplaats op zoek naar informatie.

We werden goed ontvangen door Beyer en hij wist ons het volgende te vertellen:
- Het afgebrande huis dat we bij het binnenkomen van Delberz hadden gezien, was inderdaag het gildehuis. Een tijdje geleden was het afgebrand en waren vermoedelijk Albrecht Reise, het hoofd van de gilde en tevens gildemeester, Georg Kummel, ook een gildemeester, Tilman Manholt, ook een lid van de gilde, broeder Hildebrand, priester van de tempel van Morr en nog Harry en Hilde, twee werknemers van de gilde, omgekomen.
- Blijkbaar waren Georg Kummel, broeder Hildebrand en Tilman Manholt woedend geweest op Albrecht Reise en wilden ze Reise met iets gaan confronteren. De reden is echter niet geweten.
- De brand is niet het enige rare dat gebeurt is, verschillende mensen zijn ook omgebracht door wolven (zowel in stad als erbuiten). Hanna, Dieter, Gunther, Erich en Leo waren de slachtoffers. Behalve Hanna, waren het allemaal jonge knapen die in de fleur van hun leven hadden moeten zijn. Ah, en nog iemand, Vader Eberhardt, priester van Ulric, ook hij werd aangevallen en gedood door wolven. En dit kunnen we eigenlijk wel ironisch noemen, gezien de wolf nu net een teken is van de orde van Ulric.
- Behalve de in de verdachte omstandigheden gestorvenen, was er nog een andere dode geweest. Udo, werd in een verlaten schuur van het slachthuis, verpletterd door een balk die losgekomen was. Normaal gezien kan dit altijd gebeuren, maar dat dit net nu moet gebeuren…
- Gezien er twee gildemeesters en het hoofd van de gilde het leven hebben gelaten, zijn er nu nog maar een paar kandidaten meer voor de positie van hoofd van de gilde en gildemeester. Gildemeester Beyer, maakt kans om hoofd van de gilde te worden (er is heel veel kans toe), maar ook de gebroeders Lang (Johann en Wilhelm) maken hierop kans. De Langs hebben een reeds lange geschiedenis van hoofd van de gilde en gildemeesters in hun familie.

Gildemeester Breyer kwam van ons nog te weten dat er deze nacht terug een aanval door wolven geweest was, maar dat deze verijdeld werd. Later vernam hij ook dat Amelie Brecher, dochter van Emil Brecher, die baas is van de slagers in het slachthuis, nog leefde en dat ze momenteel in de herberg werkte omdat ze haar functie (klerk, administratie) binnen de gilde niet meer kon uitvoeren gezien het gildehuis afgebrand was.

Breyer had reeds een boodschapper naar de gebroeders Lang gestuurd om hen uit te nodigen over de huidige situatie te beraadslagen. Maar de gebroeders Lang deden niet open voor de boodschapper. We besloten met ons drieën de gebroeders Lang op te zoeken.
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Dekmar aan het woord...   Wed Dec 06, 2006 8:33 pm

Na lang aandringen werden we uiteindelijk bij de gebroeders Lang binnen gelaten. Deze hadden zich verschanst in hun studiekamer. Op de weg naar de studiekamer kwamen we langs een ganse rij schilderijen waarop de vroegere gildemeesters waren afgebeeld. Allemaal hadden ze een enorme gouden halsketting aan met een enorme steen er in. De Gilde was duidelijk zeer machtig en rijk.

De gebroeders Lang hadden zich sinds de aanvallen van de wolven en de brand in het gildehuis opgesloten uit vrees dat ook zij het slachtoffer zouden worden van deze moorden. Verder wisten ze niet wat er in de stad gebeurde.

Omdat we met de andere leden van het gezelschap hadden afgesproken om de ruïne te onderzoeken en omdat het veiliger was van niet alleen over straat te wandelen, konden we Beyer overtuigen om mee te gaan naar de ruïnes.

Daar aangekomen, zagen we dat het een drukte van jewelste was. Skalagrim was voor een keer niet in een norse bui en was lustig met zijn pikhouweel op de vloer van het gildehuis aan het inkloppen. De dwerg was er van overtuigd dat er zich nog een kamer onder de vloer bevond. Gildemeester Beyer had geen weet van die ruimte.

Na een tijdje graven, hakken en opruimen, kregen we een opening tot deze ruimte. In deze ruimte zagen we verschillende kettingen hangen (waarschijnlijk om mensen aan vast te maken), hier en daar lagen er ook plekken met opgedroogd bloed. Op de muur vonden we sporen van enorme klauwen die sporen hadden nagelaten op de steen. Deze sporen waren ook terug te vinden op een van de nog overblijvende muren in het gildehuis. Dit kan niet veel goeds betekenen.

De anderen van het gezelschap wisten ons ook nog te vertellen dat er een niet al te goed bij zijn zinnen zijnde jongen, genaamd Jorgen, op de begraafplaats werkte. Gezien broeder Hildebrand het leven had gelaten, was er niemand meer om de doden op een afdoende wijze te begraven, daarom had de stad Jorgen aangesteld om alle doden te verzamelen, in een crypte op te bergen en te bedekken met sneeuw zodat ze niet zouden rotten. Wanneer er een nieuwe priester is, zullen de doden een deftige begrafenis krijgen.

Jorgen vertelde hen ook dat er een vampier in de molen leefde en dat hijzelf een weerwolf was. Op het eerste zicht kan dit wel worden aanzien als een goeie grap, maar gezien de recent gebeurde feiten, is alles mogelijk.
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Dekmar aan het woord...   Wed Dec 06, 2006 8:34 pm

Gezien de avond terug begon te vallen zouden we het ongeveer hier bij laten. Er stond voorlopig wel nog een denkpiste open die ik nodig achtte te onderzoeken. Amelie, wat wist zij van al deze gebeurtenissen?? Toen we (Inglor en mezelf) bij het huis kwamen van Amelie, zagen we dat Gernar Hoch, zoon van de molenaar, buiten het huis aan het observeren was. Die jongen was dus werkelijk tot over zijn oren verliefd op de schone van de stad. Bij wijze van grap, ging ik er naast staan en liet hem schrikken: “Boe.” Bleek dat hij nog een glimp wou opvangen van Amelie, maar mee naar binnen gaan durfde hij toch niet.

Bij Amelie, kwamen we wel iets te weten. Dat kind was echt mentaal gebroken door de evenementen, al haar vrienden werden door wolven omgebracht. De gebroeders Lang en Reise waren door Amelie ooit ’s avonds eens betrapt dat ze iets aan het wegmoffelen waren onder een tapijt in het gildehuis. Dit was dus de valdeur die toegang gaf tot de ruimte. Maar meer wist ze ook niet. Sindsdien moest ze ’s avonds wel bijna nooit meer lang werken.

Een andere piste was om de woonst van het hoofd van de Gilde eens aan een onderzoek te onderwerpen. Toen we daar aankwamen, bleek alles gesloten en brandde er nergens licht. Gezien het reeds ver in de avond was, besloten we morgen eens terug te komen.
’s Avonds was er terug samenkomst en bespreking van de onderzoeken in de herberg. De andere groepsleden hadden de tempel van Morr een papiertje gevonden dat doelde op het feit dat Reise te ver gegaan was en dat de priester van Morr hem ging gaan confronteren. Nog steeds hebben we geen gedacht wat er nu precies gebeurt was.

Het was eens een rustige nacht en de volgende morgen ontbijten we op ons gemak. Ik besluit mijn ezel en vracht eens te gaan controleren en net wanneer ik bij mijn kar kom klinkt plots terug gehuil. Ik draai me om en zie net een wolf op me afspringen. Ik kan hem net op tijd ontwijken, maar de tweede wolf heeft me wel beet. De eerste wolf heeft zich zo misrekend dat hij zijn tanden in mijn kar zet (ik heb er het bewijs nog van). Mijn dolk blijkt van niet veel nut te zijn tegen zoveel geweld. Gelukkig komt de rest me uit de nood helpen. Eventjes worden de wolven teruggedrongen en ik maak er gebruik van om me in veiligheid te stellen. Maar net als ik de herberg wil ingaan, springt een van de wolven over de dwerg en twee elfen en valt me in de rug aan. Het was een machtige sprong, maar veel leverde het niet op, hij miste me. Een seconde later hadden de helden de twee wolven onschadelijk gemaakt.

Het is nu wel vreemd dat de wolven precies het op mij gemunt hadden. Waarom mij?
Bij de twee wolfaanvallen werd er wel telkens een gedaante opgemerkt die zich verborgen had opgesteld, maar telkens als de aanval mislukt, verdwijnt de gedaante spoorloos. Wie is het??
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Dekmar aan het woord...   Wed Dec 06, 2006 8:34 pm

Gezien we nog steeds geen duidelijk spoor hebben, besluiten we ons aan ons plan te houden en gaan we naar het huis van Reicher. De huishoudster doet open en laat toe dat we de studeerkamer onderzoeken. We vinden geen aanwijzingen, wel veel stof. Wat we wel vonden is een onleesbaar stuk tekst dat in een verborgen lade verstopt zat. Maar helaas is er niemand die ook maar de taal herkent. Ook vonden we een priestergewaad van Morr. Dus Reise moet ooit nog priester geweest zijn, maar dat helpt ons ook niet veel verder.

Misschien hadden de twee gezellen van de priester van Morr, waarmee hij Reise ging gaan confronteren, iets achtergelaten. Daarom besloten we hun huizen ook eens aan een studie te onderwerpen. In beide huizen vonden we niets terug en een gesprek met de verantwoordelijken van het huispersoneel maakte ons ook niet veel wijzer. We kwamen wel te weten dat alle drie de personen zeer geagiteerd waren de avond van de brand, maar voor wat???

Nu waren we echt te weinig raad. Waar kon er nog opheldering gevonden worden?
Mogelijkheden:
- de tempel van Ulric
- de molen en omgeving
- het slachthuis en omgeving

Voor de tempel van Ulric is de priester van Ulric doodgebeten geweest door Wolven. Jorgen denkt dat er een vampier in de molen huist. In een van de verlaten schuren van het slachthuis is een werknemer gestorven door een gevallen balk.

We besluiten eerste de molen te onderzoeken gezien hij het dichtst bij ligt. Bij de molen aangekomen worden we ontvangen door Egon Krentz. We vertellen hem van hetgeen Jorgen denkt en hij kan er met lachen. We zijn vrij om de molen te doorzoeken. Natuurlijk vinden we niks dat ook maar enig spoor kan betekenen. We praten nog wat na en komen te weten dat de baas van Krentz, Leopold Hoch de laatste tijd wat raar doet en dat hij zijn huispersoneel allemaal naar hun huis heeft teruggezonden. Leopold Hoch, de molenaar, is de vader van Gernar, die verliefd is op Amelie.

We trekken naar het herenhuis van Leopold Hoch, dat op het domein van de molen staat. Daar aangekomen doet Leopold zelf open. Hij laat ons niet binnen. Rachna merkt op dat er een blad met verbanden en ontsmettingsmiddelen op de trap staat. Dit is raar gezien Leopold er niet gewond uitziet. We vragen hem er naar en hij wordt nog zenuwachtiger dan hij al was, daarbij trekt hij een pistool en probeert hij ons te dwingen het domein te verlaten.

Natuurlijk heeft dit het verkeerde effect. Leopold heeft nog net de tijd om een schot in het plafond te lossen alvorens hij ontwapend en onderdanig geslagen is.
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Dekmar aan het woord...   Wed Dec 06, 2006 8:35 pm

Onder dwang bekent Hoch, dat zijn meester Reise, nog leeft en dat hij hier verborgen is. Hij leeft op zolder en Hoch zorgt voor hem. Reise werd zwaargewond in de brand en kon nog net Hoch bereiken. Terwijl ik Hoch mijn dolk op zijn keel hou, zodat hij niet kan ontsnappen, gaat de rest van ons gezelschap Reise aan de tand gaan voelen.

Wat er daar allemaal gebeurt is, weet ik niet. Maar ik heb een geschreeuw en gestommel gehoord. Na een tijd was alles stil en ik ben dan met Hoch naar boven gegaan.

Op zolder aangekomen lag Reise in een ziekbed en was hij alles aan het vertellen aan het gezelschap.
Het was allemaal begonnen met de familie Lang. De overgrootvader van de gebroeders Lang was Manfred Lang. Hij wou voordat hij tot de gilde toetrad, magiër worden. Maar zijn talent bleek niet goed genoeg te zijn of hij hield zich bezig met ongeoorloofde zaken, dat wist Reise niet, hoe dan ook, na een tijdje keerde Manfred uit Altdorf terug naar Delberz. Hier in Delberz gebruikte hij enkele duistere praktijken om een demon op te roepen en die te onderwerpen door hem te binden aan een ketting (dezelfde die overal op de portretten in het huis van Lang staat). Dankzij de demon kon Manfred de concurrentie uitschakelen of onder druk zetten en zodoende floreerde de gilde. Op een bepaald moment werd het echter te gortig en werd Manfred opgepakt en gevangen gezet in een asylum. De gilde keerde terug naar haar vroegere staat terug.

Reise kreeg op de een of andere manier de ketting in handen. En hij overlegde met enkele kompanen in de gilde (zoals de gebroeders Lang) of de ketting gebruikt zou worden. Er werd besloten om Reise hoofd van de gilde te maken en ook de ketting te gebruiken. Zo gezegd, zo gedaan, de demon werd opnieuw gebruikt om concurrenten uit de weg te ruimen.

Op een bepaald moment moet de priester van Morr hiervan lucht hebben gekregen en hij kwam dan ook de demon verbannen toen hij naar het gildehuis ging. In het gildehuis raakten de twee partijen slaags en op de een of andere manier werd de ketting geactiveerd. De demon was echter niet aan controle onderworpen en hield een slachting onder de aanvallers. Enkele kandelaars moeten ook omgevallen zijn, zodat er brand uitbrak. Wat er verder met de ketting gebeurd is, weet Reise helaas niet.

Reise en Hoch vermoeden, net zoals wij op dat moment, wel dat de zoon van Hoch, Gernar, de ketting heeft gevonden. Waarschijnlijk gebruikt hij die om de concurrenten die ook Amelie zien zitten uit de weg te ruimen. Hoch heeft echter zijn zoon al dagen niet meer gezien.

We moeten dus Gernar zoeken. En de demon verbannen, maar hoe doe je dit?

We besluiten gewijd water te halen uit de tempel van Ulric, misschien heeft dit een effect op demonen. Met twee potten met heilig water goochel ik me verder op het pad. We stoppen eerst nog eens bij het slachthuis gezien die dicht bij de tempel van Ulric ligt.

We ontmoeten daar Emil Brecher, die ons weet te vertellen dat Gernar regelmatig hier in de buurt hangt en probeert een glimp op te vangen van Amelie als ze haar vader overdag komt bezoeken. Emil heeft hem de laatste keer een schop gegeven en verteld dat hij Gernar hier niet wil zien rondhangen. We zijn misschien wel op het goede spoor. We vragen wat er gebeurd is in die verlaten schuren. Emil weet het niet zeker, maar Udo had geen reden om daar rond te hangen. Ook is er de laatste tijd wat problemen met wolven en daarom bouwen ze een omheining om de wolven uit het bos uit het domein te houden.

We besluiten de plaats van het ongeval eens te gaan bekijken. We passeren aan een silo waar het slachtafval bewaard wordt en merken een heleboel sporen die richting verlaten schuren lopen. Het zijn sporen van wolven. Voorzichtig betreden we de schuren.
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Dekmar aan het woord...   Wed Dec 06, 2006 8:35 pm

Inglor en Nuviel besluiten voor ons uit te sluipen en indien mogelijk Gernar te verhinderen de demon op te roepen. Hoe het kwam, weet ik niet, maar Gernar was opeens onze aanwezigheid gewaar. Vlot riep hij Sulminatus, de demon, op en gaf hem een onverstaanbaar bevel. Op een verhoog in de verste hoek in de schuur, trok de duisternis samen alvorens terug uit elkaar te gaan en daar was de demon. Een indrukwekkende gestalte met een wolvenmantel en gloeiende ogen. Het eerste wat hij deed, was als een wolf huilen. Wat had men ook anders verwacht (ik had gehoopt dat het niet zo zou zijn, maar ja…), het gehuil werd van buiten beantwoord. Er waren dus wolven op komst.

Nuviel en Skalagrim namen het op tegen de demon. Terwijl Rachna probeerde een van de potten met wijwater op de demon te gooien. Helaas mislukte het, was het nu omdat bijna iedereen het in zijn broek aan het doen was uit angst voor de demon, of omdat Rachna zo onhandig was…

Ondertussen was Inglor rond de demon gelopen en had hij zich op Gernar gericht. Met het mes op de keel probeerde hij Gernar te overhalen de demon weg te doen. Maar Gernar weigerde. Een schermutseling volgde en Gernar liet hierbij het leven. Inglor nam vlug de keten en probeerde de demon te bevelen zich terug te trekken. De demon gaf er geen gevolg aan.

Het begon er slecht uit te zien voor ons gezelschap. In de rug aangevallen door wolven, de demon is Nuviel en Skalagrim aan het inmaken, Rachna werd zwaar gewond door een wolf. En als de nood het hoogst is… dan is Dekmar dichtbij. Eigenlijk kwam ook Emil Brecher en enkele werknemers ons te hulp, maar dan klinkt niet zo goed, hé. Uit pure noodzaak liet ik mijn angst varen en sloop ik rond de demon. Wanneer ik in de rug van de demon was aangekomen, kreeg ik zich op dit kwaadaardig wezen, ik deed het in mijn broek van angst, maar toch wierp ik de laatste pot en het was raak. Je zag de demon zo verbranden. Ik liep vervolgens naar Inglor en nam de ketting over. Inglor ging Nuviel en Skalagrim gaan helpen met de demon. Uiteindelijk slaagden onze helden er nipt in om de demon te vernietigen. Maar van zodra de demon stierf, ging hij in rook op en begon de ketting te pulseren. Het pulseren werd sterker en sterker. Onze enigste keus was om de ketting te vernietigen. Skalagrim nam dit voor zijn rekening, hij vernietigde niet alleen de steen in de ketting, maar de volledige ketting sprong in splinters uiteen.

Het gevaar was bezworen. Nu bleef er nog enkel het boek over waar Manfred zijn kennis had in neergepend en waar Gernar de nodige bezweringen wist uit te halen. Rachna maakte hiermee korte metten, het boek vloog in een vuur en verbrande.

Na van de zware beproeving hersteld te zijn, besloten we zowel Reiner als de gebroeders Lang te gaan ophalen om hen naar een gerecht te brengen, maar alle vogels waren al gaan vliegen.

We zijn nog een tijdje in Delberz gebleven alvorens verder te trekken. We hebben kunnen genieten van de bruiloft tussen Amelie en Wulf. Mijn wijn kwam toch goed van pas. En ik heb ook veel te dank aan het hoofd van de Gilde, gildemeester Beyer, die me wou opnemen in de Gilde en mijn meçenas en mentar wou zijn.

Op naar het volgend avontuur…
Back to top Go down
View user profile
Whiskeyjack
Admin
avatar

Number of posts : 44
Registration date : 2006-11-11

PostSubject: Re: Dekmar aan het woord...   Wed Dec 06, 2006 10:15 pm

Amai, wat een epistel! Wel zo goed als volledig, je bent enkel het onderzoek van de boekhouding en het opgraven van de lijken (en je eerste insanity point Twisted Evil ) vergeten!
Nice work!
Back to top Go down
View user profile
Dreekenkorin

avatar

Number of posts : 91
Registration date : 2006-11-10

PostSubject: Re: Dekmar aan het woord...   Thu Dec 07, 2006 12:01 am

Opgraven van lijken??? Daar heb ik geen weet van en dat ga ik zeker niet in mijn memoires opnemen... scratch

Yep, de boekhouding was ik vergeten. Toen we op bezoek waren bij Amelie waren, heb ik de boekhouding onderzocht. Daar kwam aan het licht dat de Gilde het in twee periodes extreem goed deed ten opzichte van de normale tijden. De eerste periode was wanneer Mannfred hoofd van de gilde kwam en de tweede wanneer Reise aan de macht kwam. Later kwam aan het licht dat dit telkens door het gebruik van de demon was.
Back to top Go down
View user profile
Sponsored content




PostSubject: Re: Dekmar aan het woord...   

Back to top Go down
 
Dekmar aan het woord...
View previous topic View next topic Back to top 
Page 1 of 1
 Similar topics
-
» Techniques - Wood grain on scale models

Permissions in this forum:You cannot reply to topics in this forum
WHFRP :: Scenario's eerste campagne :: Scenario 1-
Jump to: